Sinds 2020 kregen 365 Vlaamse gezinnen een renteloze lening via het Vlaamse Noodkoopfonds om hun woning grondig te renoveren. Maar geen enkele Limburger kan zo’n lening aanvragen. Waar schort het? “Iedereen moet toegang hebben”, zegt Vlaams parlementslid Sofie Mertens (CD&V).
De Vlaamse overheid voorziet via het Noodkoopfonds renteloze leningen van maximaal 50.000 euro voor mensen die een kwalitatief minderwaardige woning hebben gekocht en zelf niet de middelen hebben om die te renoveren. De lening wordt rechtstreeks aan de aannemer betaald en moet pas na twintig jaar of bij verkoop van de woning terugbetaald worden. Een aanvraag gebeurt altijd via het OCMW en de lokale sociale diensten.
Uit cijfers die Vlaams parlementslid Sofie Mertens (CD&V) opvroeg bij Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere (Vooruit) blijkt dat de OCMW's voor 921 leningen budget hebben aangevraagd en gekregen. Maar daarvan zijn er tot nu toe slechts 365 effectief toegekend aan noodkopers. “Het fonds voorziet voldoende middelen, maar effectieve hulp blijft ver achter”, zegt Mertens . “Dat wijst op drempels in de aanvraagprocedure, gebrekkige bekendheid of een tekort aan capaciteit bij de lokale besturen.”
Ongelijke spreiding
Opvallend is de ongelijke spreiding in Vlaanderen. Terwijl in Vlaams-Brabant al 188 gezinnen een noodkooplening toegekend kregen, staat de teller in Limburg na vijf jaar nog op ... 0. Limburg is de enige provincie waar de renteloze renovatielening nog niet toegekend werd. Meer nog: er werd zelfs geen enkele lening aangevraagd. “Het initiatief hiervoor ligt bij de OCMW's”, legt Hans Vermeulen, gedelegeerd bestuurder van Energiehuis Limburg, uit. “Het systeem van de noodkooplening is behoorlijk complex, en OCMW's zijn vaak overbevraagd doordat er steeds nieuwe prioriteiten opduiken. Voor gemeenten is het dan ook erg moeilijk om dit op poten te zetten.”
Maar waarom lukt het dan in andere provincies wel? “In Vlaams-Brabant is er vanaf het begin het initiatief genomen om de provincie daarbij te betrekken”, zegt Vermeulen. “Het blijven de OCMW's die het initiatief moeten nemen, maar ze krijgen wel steun van een bovenlokaal niveau. In Limburg hebben we, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Antwerpen, ook geen grote steden die als trekker kunnen fungeren. Daarom heeft het Energiehuis Limburg dit najaar een overleg gepland met de provincie Limburg om dit samen aan te pakken. Op die manier hopen we dat we volgend jaar wel noodkoopleningen zullen kunnen toekennen aan Limburgse gezinnen. Momenteel zien we heel wat situaties op het terrein waar een noodkooplening een goede oplossing zou zijn. Al willen we er ook niet te veel reclame voor maken, want het is ook een duur systeem. Je leent 50.000 euro uit, en die zie je pas over twintig jaar terug. En daarna kan er nog een afbetalingsplan voor 25 jaar aangevraagd worden, waardoor de overheid pas 45 jaar later de laatste euro zal terugkrijgen.”
Dezelfde kans
Sofie Mertens pleit voor een beter bereik van het fonds in alle Vlaamse provincies. Ook in tal van gemeenten in andere provincies hebben de inwoners immers nog geen toegang tot de noodkooplening. “Iedereen die in een ongezonde woning woont, moet dezelfde kans krijgen op een menswaardige thuis”, zegt Mertens. “Vandaag hangt die toegang te veel af van je postcode. Voor heel wat Vlamingen, zowel gezinnen als alleenstaanden, is een eigen huis een onbereikbare droom geworden. Wie er toch in slaagt een huis te kopen, houdt vaak nauwelijks middelen over om te renoveren. Daarom pleit CD&V voor minder administratieve drempels en gerichte ondersteuning van de kleinere lokale besturen, zodat de toegang tot het Noodkoopfonds niet langer afhangt van waar je in Vlaanderen woont.”
Dit artikel werd gepubliceerd in Het Belang van Limburg.